titel
waterschap
rivier

Home

07 aug

Tips burgerparticipatie

Burgers en belangengroepen worden steeds meer gevraagd mee te denken bij de integrale herinrichting van het buitengebied, waterbergingsgebieden, waterlopen en/of woonwijken.

Ik heb de laatste jaren met provincies, waterschappen en gemeenten gewerkt aan een aantal participatieprojecten waarbij de beleidsruimte groot genoeg was om de wensen en ideeën van burgers en belangengroepen centraal te zetten. Dat mensen de kans krijgen om (een deel van) hun eigen omgeving zelf te ontwerpen is in Nederland nog steeds uniek. Uiteraard heb ik zelf ook veel van die projecten geleerd. Een deel van die kennis en ervaring heb ik bijeengebracht in de vorm van de volgende ‘Tips voor burgerparticipatie’.

1. Bepaal de beleidsfase van het project

Het is noodzakelijk om te bepalen in welke beleidsfase het project zich bevindt. Er is bijvoorbeeld meer ruimte voor wensen en ideeën van burgers tijdens de beleidsvoorbereiding dan tijdens de beleidsuitvoering. In het laatste geval is het plan immers al klaar. Het maakt voor belanghebbenden veel uit of ze mogen meedenken over een nieuw en innovatief planontwerp of slechts hun mening mogen geven over de detailinvulling van een reeds vastgesteld plan.

2. Inventariseer de beleidsopgaven & functiecombinaties

In het buitengebied is meestal zowel gemeentelijk-, provinciaal,- als waterschapsbeleid van toepassing. Bepaal in dat geval welke beleidsopgaven er voor het gebied gelden. Als het waterschap bijvoorbeeld een waterberging in het buitengebied wil realiseren, is het belangrijk te weten welke andere ontwikkelingen mogelijk zijn. Denk aan landbouw, natuur- en landschapsontwikkeling, recreatie, cultuurhistorie en woningbouw. Hoe meer functies een gebied heeft des te meer inspirerende combinaties er mogelijk zijn.

3. Bepaal de beleidsruimte voor burgers

Het heeft alleen zin burgers te laten meedenken als daarvoor voldoende beleidsruimte is. Die beleidsruimte wordt bepaald door de beleidsfase van het project (1), het overheidsbeleid (2) en de bestaande wetgeving. Het is belangrijk dat de randvoorwaarden die voor het ontwerp gelden vooraf met burgers en belangengroepen worden gecommuniceerd. Dat voorkomt teleurstellingen.

4. Zet de burgers en hun belangen centraal!

Burgers komen alleen in beweging als hun belangen op het spel staan. Houd daarom een stakeholderonderzoek en vraag vertegenwoordigers van belangengroepen en grondeigenaren naar hun specifieke belangen, wensen en ideeën. Het betekent niet alleen dat je vooraf rekening kunt houden met belangentegenstellingen, maar ook de gelegenheid hebt te zoeken naar overeenkomsten. En dat laatste levert vaak de mooiste innovaties op.

5. Zorg voor voldoende financiële ruimte

Als je mensen laat meedenken en ontwerpen, heeft dat consequenties. Want om het potentieel aan wensen en ideeën (deels) te realiseren is geld nodig. Het is verstandig dat vooraf te reserveren en daar goede afspraken over te maken. Verwachtingen wekken die je niet waar kunt maken is ‘dodelijk’ voor het project en het overheidsimago.

6. Organiseer een duidelijk, creatief & transparant proces

Burgerparticipatie begint altijd met goede voorlichting over de inhoud, de ontwerpvoorwaarden, de aanpak en de manier waarop overheden de resultaten gaan gebruiken. Dit moet vooraf helder zijn. Onduidelijkheden krijgt u tijdens de uitvoering per ‘terugkerende post’ retour. Dat kan het proces behoorlijk verstoren.

Organiseer een creatief proces, schep vertrouwen, stel mensen op hun gemak en gebruik inspirerende werkvormen. Het verdient aanbeveling de aanpak en de (tussen) resultaten voor iedereen beschikbaar te maken. Deelnemers weten dan dat hun ideeën niet in de ‘spreekwoordelijke la’ verdwijnen. Transparantie vergroot het vertrouwen in de overheid.

7. Stel een projectorganisatie in

De (overheids) organisatie die het participatieproces uitvoert kan het beste een projectteam instellen dat bestaat uit een algemeen projectleider, een communicatieadviseur en een participatiedeskundige. Zij voeren het project uit en worden ondersteund door inhoudelijk deskundige collega’s. Uiteraard is er bestuurlijk en ambtelijk draagvlak nodig om een participatieproces goed uit te voeren. Evenals een goede relatie en samenwerkingsafspraken met de andere betrokken partijen.

 

vriendelijke groet

Herman Schotman

ProjectAtelier.119
 

Deel dit bericht via: